Modern Migratiebeleid
Op 1 januari 2011 treedt naar verwachting de wet Modern Migratiebeleid in werking. Bij die wet wordt de Vreemdelingenwet gewijzigd. Dat heeft grote gevolgen voor werkgevers met buitenlands personeel.
Kern van de nieuwe wet is, dat in de Vreemdelingenwet rechten en plichten worden opgenomen voor degene die de kennismigrant naar Nederland laat overkomen, de ‘referent’. Nu kent de Vreemdelingenwet alleen rechten en plichten voor de kennismigrant; niet voor de referent. Zo staan bijvoorbeeld de verplichtingen van de werkgever in het kader van de kennismigrantenregeling niet in de Vreemdelingenwet, maar in de verklaring die hij ondertekent om tot de regeling te worden toegelaten. Onder de wet Modern Migratiebeleid wordt dat anders: referenten worden een officiële partij in de procedure voor het verkrijgen van een verblijfsvergunning voor een buitenlandse werknemer. Zij kunnen zelf verblijfsaanvragen indienen en op eigen titel in bezwaar en beroep komen tegen een afwijzing. Verder maakt de wet een onderscheid tussen de ‘gewone’ en de ‘erkende’ referent. Onder meer werkgevers van kennismigranten moeten zich als referent door de IND laten erkennen om nog gebruik te kunnen maken van de kennismigrantenregeling die het werkgevers makkelijk maakt om buitenlandse kenniswerkers in dienst te nemen. Wie niet als referent wordt erkend, kan daar per 1 januari 2011 niet meer aan deelnemen. Voor Turkse kennismigranten ligt dit anders.
Werkgevers die zijn toegelaten tot de kennismigrantenregeling worden bij de inwerkingtreding van de nieuwe wet automatisch erkend als referent, mits zij in het jaar daarvoor ten minste één verblijfsaanvraag hebben ingediend die is ingewilligd. Andere werkgevers kunnen de erkenning aanvragen. Zij moeten daarvoor wel aan bepaalde voorwaarden voldoen.
Het wordt voor erkende referenten dus makkelijker om kennismigranten naar Nederland te halen. Daar staat wel iets tegenover: de referent heeft plichten.
In de eerste plaats een informatieplicht: bepaalde omstandigheden, die van belang zijn voor het verblijfsrecht, moeten onverwijld aan de IND worden gemeld. De erkend referent heeft een extra informatieplicht: hij moet ook omstandigheden melden die van belang zijn voor het erkend referentschap. Bijvoorbeeld wanneer de rechtsvorm van de onderneming verandert.
In de tweede plaats een administratieplicht. Bepaalde gegevens moeten worden bewaard in de administratie tot vijf jaar nadat het referentschap is beëindigd.
In de derde plaats is er een zorgplicht: deze houdt onder meer in dat de werkgever zich als goed werkgever gedraagt en dat hij de kennismigrant op de hoogte brengt van diens wettelijke rechten en plichten. Ook moet hij ervoor zorgen dat de kennismigrant Nederland tijdig verlaat.
Werkgevers zijn er al mee bekend dat de Arbeidsinspectie hoge boetes oplegt voor illegale arbeid en het niet naleven van identificatie- en administratieplichten, opgenomen in de Wet arbeid vreemdelingen. Onder de nieuwe wet komt daar nog bij dat de IND aan referenten en kennismigranten een bestuurlijke boete kan opleggen indien zij hun wettelijke plichten niet naleven: maximaal € 3.000 aan rechtspersonen en € 1.500 aan natuurlijke personen, per beboetbaar feit. Bij herhaling kan de boete met 50% worden verhoogd. Ook kan de IND in bepaalde gevallen het erkend referentschap schorsen en intrekken.
Referentschap arbeids en kennismigratie 2011